Recht op een toereikende levenstandaard
Gezinnen die te weinig geld hebben voor basisbehoeften zoals schoolboeken, zorg en gezond eten, kunnen daardoor stress ervaren. Kinderen zijn zich extra bewust van armoede in het gezin als zij zien dat leeftijdsgenootjes het beter hebben. Ze kunnen niet meedoen aan dezelfde (sport)clubs, niet mee op kamp en hebben bijvoorbeeld als enige in de klas geen computer thuis.
Ouders en verzorgers zijn primair verantwoordelijkheid voor de levensomstandigheden die nodig zijn voor de ontwikkeling van het kind, zolang dat binnen hun financiële mogelijkheden past. De gemeente heeft de taak om gezinnen hierbij te ondersteunen, bijvoorbeeld via programma’s met materiële steun, zoals hulp bij voeding, kleding of huisvesting.
Volgens het International Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) heeft ieder kind recht op een levensstandaard die toereikend is (artikel 27). Dit betekent dat kinderen voldoende middelen moeten hebben, zoals eten, kleding en onderdak, om gezond te kunnen opgroeien, goed te kunnen leren, zich prettig te voelen en volwaardig mee te doen in de samenleving.